Tip 4 van 10: hak je tekst in mootjes!


Doen
Hoe maak je je tekst visueel aantrekkelijk voor je lezer? In ieder geval niet door ellenlange lappen tekst voor te schotelen. Als je dat doet, zullen vast veel lezers afhaken. Je kunt dus je e-mail, brief, rapport of andere tekst in mootjes hakken. Zeker in deze tijd waarin mensen meer en meer visueel ingesteld zijn is dit wenselijk. Dus gaan we aan de slag met alinea's, tussenkopjes en verbindingswoorden.

Hapklare brokken
Je tekst deel je in in alinea's, waarin je één deelonderwerp schrijft. Daarvoor geldt geen maximumaantal zinnen; de lengte is afhankelijk van de hoeveelheid informatie die je over je onderwerp kwijt wil. Zorg ook dat je de informatie in dezelfde alinea bundelt en deze niet uit elkaar trekt. Want dat kan verwarrend werken. Zo zal ik op de informatie die in deze alinea staat niet in een laatste alinea nog eens terugkomen met een aanvulling.

Tussenkoppen
Lezers scannen een tekst makkelijker als je tussenkopjes gebruikt, zoals je in deze tekst kunt zien. Gebruik dus een tussenkopje dat verwijst naar een deelonderwerp dat volgt. Voor teksten op het web geldt dat Google structuur belangrijk vindt; gebruik van kopteksten zorgt dat Google je teksten beter begrijpt en hoger indexeert. Daarmee scoor je hoger in de zoekresultaten!

Verbindingswoorden
Sommige woorden of delen van zinnen en alinea's hebben met elkaar te maken. Verbindingswoorden zorgen dat de lezer de informatie in stapjes krijgt aangeboden. Ze worden ook wel signaalwoorden genoemd. Het zijn woorden die voorafgaan aan een opsomming, tegenstelling, toelichting, verklaring en meer. Je zou ze het cement van de tekst kunnen noemen.

Voorbeelden van verbindingswoorden
1. Opsomming: en, ook, verder, ten eerste, ten tweede, etc., daarnaast, vervolgens, ten slotte en als laatste.
2. Tegenstelingen: maar, echter, toch, niettemin, daarentegen, enerzijds, anderzijds, hoewel, ofschoon, integendeel, daar staat tegenover.
3. Overeenkomst/vergelijking: net zoals, hetzelfde als, evenals, evenzeer, lijkt op, is vergelijkbaar met.
4. Oorzaak/gevolg: want, doordat, daardoor, dat komt door, dat heeft alles te maken met, door (dit alles), aangezien.

Let op
Er bestaan véél méér signaalwoorden dan hierboven opgesomd! En een valkuil: als je de verbindingswoorden verkeerd gebruikt, sluit de informatie niet naadloos op elkaar aan. Dat wekt verwarring bij je lezer.

Succes met je tekst!